Nationale conferentie LLO-Collectief over nieuwe subsidieregeling
“Hier moeten we aan meedoen”
Ruim 160 mensen kwamen naar Amersfoort voor de Nationale conferentie over het LLO-Collectief. Ze kregen uitleg over de subsidieregeling die naar verwachting op 30 juni van start gaat. Doel van de regeling is zoveel mogelijk mensen helpen bij het ontwikkelen van hun basisvaardigheden. Veel deelnemers raakten geïnspireerd: “Ik heb mijn collega’s al tijdens de workshop een bericht gestuurd: hier moeten we aan meedoen.”
LLO staat voor Leven Lang Ontwikkelen. Een LLO-collectief is een samenwerkingsverband tussen organisaties, dat zich richt op mensen met beperkte basisvaardigheden en weinig scholingsachtergrond. De subsidieregeling van het Nationaal Groeifonds is een vervolg op twee pilots die plaatsvonden in Zuidoost Brabant en Twente. In deze regio’s hebben de LLO-collectieven in totaal 244 mensen geholpen bij het vinden van scholing en werk.
Daverend applaus
De pilots worden tijdens de conferentie in het zonnetje gezet. Boudewijn Bakker van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) vraagt de zaal om een daverend applaus voor de twee regio’s. Hij verwijst in zijn openingswoord naar de video waarmee de conferentie opende: “Een van de deelnemers zegt daarin dat het volgen van een opleiding hem heeft verlost. Dat zegt alles.” Op zijn vraag wie er het afgelopen jaar iets nieuws heeft geleerd, gaan veel handen de lucht in. “Iedereen wil zich ontwikkelen. Maar voor de groep die de meeste winst kan boeken, is een leertraject het moeilijkst te bereiken. Omdat ze geen netwerk hebben, niet weten waar ze moeten beginnen, of omdat ze zich schamen. Deze groep is gebaat bij kleine stapjes en die kunnen wij hen bieden!”
Ervaringen in de pilotregio’s
Dagvoorzitter Erik Jan Harmens vraagt drie mensen op het podium om hun ervaringen in de pilotregio’s te delen met het publiek. Een van hen is Iris Gerards-Bex van vereniging Brainport voor Elkaar. In haar regio begon ze met het zoeken naar bedrijven die maatschappelijk betrokken zijn, om ze te vragen mee te doen aan het LLO-collectief. “We moesten vaak uitleggen waarom basisvaardigheden belangrijk zijn voor hun personeel. Het hielp als we zeiden dat werknemers duurzaam inzetbaar blijven als ze zich kunnen ontwikkelen.”
Elke Wirtz van schoonmaakorganisatie CSU wist wel dat het grootste deel van het personeel niet digitaal vaardig is. “Maar niet iedereen staat te popelen om een cursus of training te volgen.” Hoe het toch lukte om mensen over de streep te trekken? “Zorgen voor veiligheid en kleinschaligheid. Lessen op onze eigen locaties, in kleine groepen, in werktijd. En met twijfelaars blijven praten.”
Ellen Dekkers, algemeen directeur van de Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche (RAS), zegt ook dat kleinschaligheid belangrijk is. “Schoonmakers werken bij veel opdrachtgevers. Hoe krijgt je ze bij elkaar op één plek, dat is de uitdaging.” Ze ziet mogelijkheden in het samenwerken met bijvoorbeeld bibliotheken, waar trainingen of cursussen kunnen worden gegeven.
Gouden tip
Charlotte Verheij van het ministerie van OCW vertelt dat de staatssecretaris nog een handtekening moet zetten onder de subsidieregeling. Tot die tijd kunnen er nog geen aanvragen worden ingediend. Er komt ruim 40 miljoen euro beschikbaar voor 18 nieuwe pilots. Alle 35 arbeidsmarktregio’s in Nederland kunnen een aanvraag indienen en de beste voorstellen worden geaccepteerd. Ze roept alle aanwezigen op om wel al aan de slag te gaan. “Ik geef jullie een gouden tip: breng nu al partners bij elkaar, wacht niet tot na de zomer. Want een subsidie aanvragen kost tijd; je moet aan veel eisen voldoen.” Ze verwijst naar de website van LLO-Collectief voor de details.
Waardevolle middag
Na het plenaire deel kunnen de aanwezigen in twee rondes sessies volgen, om zich voor te bereiden op het vormen van een collectief en het indienen van een subsidieaanvraag. Na afloop wordt er druk genetwerkt en verschijnen de eerste afspraken in digitale agenda’s. Sandra Beuwer van onderwijsorganisatie Zone.college zegt lachend: “Ik heb hier verkering gekregen.” Ze doelt op afspraken die ze heeft gemaakt met vertegenwoordigers van twee ROC’s . “Ik ben geïnspireerd geraakt door de presentatie van pilotregio Twente.”
Ook Dian Sudarmanto van de gemeente Zaanstad is enthousiast: “Tijdens een van de workshops heb ik al een bericht gestuurd naar mijn economie-collega’s. We hebben nu nog weinig contact met andere partijen, zoals bedrijven. En ook hebben we weinig zicht op de groep mensen die wel het Nederlands beheersen, maar toch moeite hebben met de basisvaardigheden. Ik hoop dat het ons lukt om een collectief te vormen en een aanvraag in te dienen.”
Verbloemen
Albertje Prins is aanwezig namens ABC, een belangenbehartigingsorganisatie van en voor laaggeletterden. Ze heeft leren lezen en schrijven dankzij cursussen en daardoor ander werk gevonden. “Ik maakte schoon, maar dat wilde ik niet mijn hele leven blijven doen. Nu werk ik in de uitvaartbranche.” Ze was een kanjer in het verbloemen van haar onvermogen om te lezen. “Ik leerde alles uit mijn hoofd met behulp van plaatjes. Ook bij het theorie-examen voor autorijden. Niemand had het door.” Ze bezoekt regelmatig bedrijven. “Ik praat met werkgevers en met het personeel. Iedereen moet weten dat het ook anders kan.” Prins vindt de conferentie geslaagd. “Ik merk dat het helpt als ik mijn verhaal vertel.”



























