Partners – btw
Het samenwerkingsverband bestaat uit drie verplichte partners; een werkgeversorganisatie, een overheidsorganisatie en een opleider. Als je een subsidie ontvangt, wordt er geen btw over het subsidiebedrag gerekend. In dit geval is de ontvanger het samenwerkingsverband, ook al is er maar één penvoerder. Alle partijen die de samenwerkingsovereenkomst ondertekend hebben kunnen dus btw-vrij factureren.
Meer partners mogen zich aansluiten bij het samenwerkingsverband, maar dit hoeft niet. Meer partners staat niet gelijk aan een hogere beoordeling. Op het moment dat een partner zich later toch wil aansluiten bij het samenwerkingsverband om toch activiteiten voor het samenwerkingsverband uit te voeren, dan is dat geen probleem. Voor partners en partijen die zich later aansluiten, en die niet de samenwerkingsovereenkomst hebben getekend, geldt de btw-vrijstelling niet.
Er kan worden samengewerkt met een partij die de samenwerkingsovereenkomst niet heeft ondertekend. De kosten hiervoor zijn subsidiabel. De personeelskosten die dit met zich mee kan brengen kunnen op de begroting worden opgevoerd als ‘Kosten derden’ met daarbij het bijpassende uurtarief volgens de Handreiking Overheidstarieven 2025. Mocht het geval zich voordoen dat de opleider niet het gewenste onderwijs aanbiedt, kan er een andere opleider gezocht worden. Op de begroting kan ‘Onderwijsaanbod’ bijvoorbeeld als algemenere kostenpost opgenomen worden. De penvoerder meldt aan DUS-I op het moment dat er nog een aanvullende opleider ingeschakeld wordt, zodat dit vóór de eindverantwoording transparant en duidelijk geregistreerd staat in het dossier.