Werkbezoek aan pilotregio Zuidoost-Brabant
Vertegenwoordigers van zestien regio’s en landelijke organisaties brachten een werkbezoek aan De achthonderd: het samenwerkingsverband dat uitvoering geeft aan het LLO-Collectief in de regio Zuidoost-Brabant. Ze bezochten het ontwikkelbedrijf Ergon, samenwerkingspartner van De achthonderd om mensen via leer- en ontwikkeltrajecten te begeleiden naar duurzaam werk. Daar hoorden ze verhalen uit de praktijk en werden ze geïnformeerd over de werkwijze en aanpak van de trajecten. Ook het optimaliseren van de uitstroom naar werkgevers stond op de agenda.
Volgens projectleider Dorien Vervest zijn een ‘geïntegreerde aanpak’ en ‘modulaire leertrajecten’ de sleutels tot de behaalde successen. Basisvaardigheden worden aangeboden in combinatie met vakvaardigheden en individuele coaching, afgestemd op de behoeften van de werkgevers. Naast betere kansen op de arbeidsmarkt groeit ook het zelfvertrouwen van deelnemers. Vervest adviseert andere regio’s vooral om een sterk regionaal netwerk op te bouwen en binnen die samenwerking passend, nieuw aanbod te ontwikkelen.
Op dinsdag 16 juni van 10.00 tot 14.30 uur vond het eerste werkbezoek van de LLO-Collectieven plaats. Vertegenwoordigers van 16 van de 21 regio’s gingen langs bij LLO-Collectief Zuidoost-Brabant, dat opereert onder de vlag van de publiek-private samenwerking De achthonderd. Een logisch begin, want deze regio heeft als een van de twee pilotregio’s al veel ervaring opgedaan. Bovendien timmert De achthonderd al sinds 2018 aan de weg om de positie van mensen met lage basisvaardigheden en weinig opleidingsachtergrond te versterken, op de regionale arbeidsmarkt en in de samenleving.
De deelnemers kregen een rondleiding bij ontwikkelbedrijf Ergon. Daar worden mensen met een ondersteuningsvraag aan passend en duurzaam werk geholpen. Het bezoek begon op de locatie van DAF in Geldrop, waar vrachtwagenonderdelen worden geassembleerd en verpakt. In Veldhoven werd Ergon Wasserij bezocht, waar wasgoed van zorginstellingen en horecabedrijven op hypermoderne wijze wordt gereinigd, gedroogd en gevouwen. Alumni (oud-deelnemers) vertelden over hun ervaringen en er waren presentaties over de ontwikkelde ‘werkleerlijnen’. Onderdeel daarvan is bijvoorbeeld de mogelijkheid om een Praktijkverklaring te halen: een erkend mbo-certificaat.
Gescheiden werelden samenbrengen
Dorien Vervest vertelt dat er vorig jaar vijftig kandidaten succesvol zijn uitgestroomd richting werkgevers. “Toen De achthonderd startte in 2018, wilden we minimaal achthonderd mensen bereiken. Dat is bereikt, nu gaan we voor de achtduizend.” Volgens haar zijn twee zaken kenmerkend voor het succes in Zuidoost-Brabant: de geïntegreerde aanpak en de inzet van overzichtelijke leermodules.
Een voorbeeld van een module is: een twaalf weken durend traject Veilig werken. “Het grote voordeel daarvan is dat een deelnemer steeds een duidelijk doel voor ogen heeft en echt iets afrondt: dat motiveert en inspireert.” Met een geïntegreerde aanpak bedoelt Vervest dat leer- en ontwikkeltrajecten tot stand komen in co-creatie met bedrijven en zowel de basis- als vakvaardigheden van de kandidaat versterken. “De vakvaardigheden sluiten een-op-een aan op de behoefte onder werkgevers. Coaching vindt plaats op de werkvloer. Leren, werken en ontwikkelen zijn nu vaak nog gescheiden werelden: wij brengen die samen.”
Ga naar buiten
Vervest benadrukt dat mensen niet alleen maar meer kennis opdoen. “Mensen worden beter in hun werk én krijgen meer zelfvertrouwen. Ze krijgen zin om méér te leren, om zich verder te ontwikkelen. Dat is natuurlijk wat we willen.” De reacties op de aanpak waren enthousiast; de meeste vragen tijdens het werkbezoek gingen over hoe je een ‘ecosysteem’ als in Zuidoost-Brabant opzet in een regio waar zulke samenwerkingen nog niet bestaan.
Vervest: “Mijn advies is: ga naar buiten. Ga in gesprek met werkgevers, zoek samenwerking met organisaties en gemeenten en zoek contact met andere LLO-Collectieven. Probeer, léér, bouw je netwerk op en richt je niet alleen op het realiseren van grote doelen. Eén van onze deelnemers, Miranda, voelde zich een volslagen digibeet. Ze kan nu beter meedoen op het werk, maar ook op andere gebieden merkt ze vooruitgang. Zoals het ordenen van papieren na het overlijden van haar moeder. In het grote geheel lijkt dit misschien een kleine doorbraak, maar de impact op een mensenleven is enorm.”
